24. Godenzonen

Dit is deel 25 van 31 in de serie Een familiegeschiedenis

En het gebeurde, toen de mensen zich op de aardbodem begonnen te vermenigvuldigen en er dochters bij hen geboren werden, dat Gods zonen de dochters van de mensen zagen dat zij mooi waren, en zij namen zich vrouwen uit allen die zij uitgekozen hadden.

Genesis 6 : 1-2

“In talrijke gesprekken, thuis en op de club, gaven de Godenzonen inzicht in hun succesvolle, en soms ook tragisch mislukte pogingen vooruit te komen in een harde wereld.”

Dit is een citaat uit het boek “Tussen godenzonen, een jaar lang Ajax”. Het is net alsof de tijd stilgestaan heeft. Ook in de tijd van Noach waren er godenzonen. En ook toen deden zij pogingen om vooruit te komen in een harde wereld.

Vanaf het allereerste begin zie je twee type mensen op de aarde. Zij die God haten en bij Hem weglopen en zij die God liefhebben en bij Hem willen zijn. Direct na de zonde in het Paradijs heeft God gezegd dat er vijandschap zal zijn tussen het Nageslacht van de vrouw, Eva, en tussen het nageslacht van de slang (Genesis 3:15).

De slang is de satan, de duivel. Duivelen of demonen zijn engelen die ongehoorzaam waren aan God en die daarom uit de hemel zijn gegooid. Engelen worden ook Gods zonen genoemd (Job 1:6, 2:1). Engelen en duivelen kunnen ook een menselijk lichaam aannemen. Hoe dat kan, weten we niet. We weten alleen dat het kan. Die gevallen engelen keken naar de mensenkinderen. De meisjes waren erg knap. Ze werden verleid door de mooie Godenzonen. Demonen doen zich vaak heel mooi voor, maar ze zijn vals. Zij dachten: als wij ons vermengen met mensen, dan zorgen wij voor duivels nageslacht op aarde. Dan kan God zijn belofte niet waarmaken. Welke belofte? De Beloofde, de échte Zoon van God: de Heere Jezus Christus.

Jezus is Gods reddingsplan voor gevallen mensen, niet voor gevallen engelen.

serie navigatie<< 23. Troost25. Twisten >>