27. Gods berouw

Dit is deel 28 van 31 in de serie Een familiegeschiedenis

En de HEERE zag dat de slechtheid van de mens op de aarde groot was, en dat al de gedachtespinsels van zijn hart elke dag alleen maar slecht waren. Toen kreeg de HEERE er berouw over dat Hij de mens op de aarde gemaakt had, en het bedroefde Hem in Zijn hart.

Genesis 6 : 5-6

Kan God berouw hebben? God is toch geen man, dat Hij liegen zou, of een mensenkind dat Hij ergens berouw over hebben zou (Numeri 23:19)? God heeft geen berouw over het goede dat Hij doet en geeft. Het Hebreeuwse woord voor berouw hebben kan ook de betekenis hebben van medelijden, bemoedigen, vertroosten. De betekenis hangt af van het tekstverband. Daarom moeten wij bij het lezen van een Bijbeltekst altijd de betekenis van het hele Bijbelgedeelte betrekken. God zucht van diepe teleurstelling en droefheid, óf van grote opluchting en vreugde (Jona 3:10).

Wij kunnen spijt hebben. Meestal denken we dan aan vervelende gevolgen van wat we fout gedaan hebben. Berouw gaat over onze verkeerde daden, over het kwade zélf. Gods berouw staat altijd in verband met kwaad.

Welk kwaad is dat? God zal alles wat Hij gemaakt had: het was zeer goed (Genesis 1)! Maar nu zag God wat de mens ervan gemaakt had, en zie, het was zó slecht.

  • Alle gedachtenspinsel. Elke vorm van gedachten, of nog duidelijker: elke bedoeling van de mens.
  • Van zijn hart. Gedachten zitten toch in ons hoofd? Jawel, maar de bedoeling komt uit ons hart (Spreuken 4:23).
  • Elke dag. Geen dag ging er voorbij zonder kwade bedoelingen.
  • Alleen maar slecht. Er zat werkelijk geen goed meer bij.

Snap je dat God hartzeer had van al deze boosheid? God kreeg berouw. Hij veranderde van gedachten over hoe Hij recht zou doen én genade (goed) zou laten gelden.

Welke gedachten zijn er in jouw hart?

 

serie navigatie<< 26. Reusachtig28. Gods genade >>