Ik weet waar je woont. Een witte steen

Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tot de gemeenten zegt. Aan wie overwint, zal Ik van het verborgen manna te eten geven, en Ik zal hem een witte steen geven met op die steen een nieuwe naam geschreven die niemand kent, dan wie hem ontvangt.

Openbaring 2  : 12-17

De overwinnaars krijgen ook een witte steen. In die dagen kreeg een veroordeelde een zwarte steen en wie vrijgesproken werd kreeg een witte steen. Overwinnaars zijn vrijgesproken. Dat heet nu genade, want vrijspraak is er alleen door het werk van Hem die de dood overwon. In Zijn Koninkrijk is de dood niet meer toegestaan!

Op die steen staat een nieuwe naam. Een naamsverandering kennen we uit de Bijbel. Abram, Sara, Jakob, Saulus en Simon. Een naamsverandering duidt op een verandering in levensomstandigheden. Van onvruchtbaar naar vruchtbaar, van volger naar vorst, van luisterend naar rots. Zo is het ook voor de overwinnaars. Een levensverandering.

Wonen waar de satan woont is levensgevaarlijk. Het is levensgevaarlijk als je je levenshuis openzet voor de vijand. Het is levensgevaarlijk, want getuigen van Jezus, kost je je leven. Het is levensgevaarlijk, want het Zwaard van Christus zal vaneen scheiden. Daarom is bekering nodig! Dat is een levensverandering.

Het is een hele persoonlijke steen. Niemand weet de naam die erop staat, dan jijzelf. Welnu, dit zegt de HEER, die jou schiep, Jakob, die jou vormde, Israël: Wees niet bang, want ik zal je vrijkopen, ik heb je bij je naam geroepen, je bent van mij! (Jes. 43:1).

God weet waar we wonen! Ook al is het op de plek waar de satan woont. Maar daarom verwachten wij Hem die het zwaard heeft. In de wereld zult u verdrukking hebben, maar hebt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen.

Ik weet waar je woont. Ik weet wat je doet en Ik ken je bij je naam.

Heerlijk is het om zo gekend te zijn!

Ik weet waar je woont. Verborgen manna

Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tot de gemeenten zegt. Aan wie overwint, zal Ik van het verborgen manna te eten geven, en Ik zal hem een witte steen geven met op die steen een nieuwe naam geschreven die niemand kent, dan wie hem ontvangt.

Openbaring 2  : 12-17

Wie vasthoudt aan de Naam, wie het geloof niet verloochend, wie standvastig blijft in de leer, die is ook een overwinnaar. En aan de overwinnaars in de gemeente van Pergamus worden twee zaken beloofd. Het eerste is dat ze mogen eten van het verborgen manna.

Manna kreeg het volk Israël in de woestijn te eten. De woestijn is echt een dorre plaats. En in die woestijn kreeg het volk elke dag manna te eten. Voedzaam en helend. Het was alles wat het volk nodig had om in leven te blijven.

Aan het einde van de woestijnreis spreekt Mozes het volk toe. “Veertig jaar leidde God u in de woestijn, met de bedoeling dat Hij u verootmoedigde en op de proef zou stellen of u in Zijn wegen zou gaan. Om te weten wat in uw hart was. Hij liet u het manna eten, dat u niet kende en ook uw vaderen niet gekend hadden (dat was verborgen!), om u te laten weten dat de mens niet alleen van brood leeft, maar de mens leeft van alles wat uit de mond van de HEERE komt.” (Deut. 8). Ook Jezus wordt in de woestijn op de proef gesteld. In Matt. 3 haalt Jezus bovenstaande tekst aan. De mens leeft niet van brood alleen. God stelt Zijn volk op de proef in de woestijn. Zie je, wat de gemeente van Pergamus overkomt, heeft Jezus ook meegemaakt.

Het is verborgen manna. Er was een kruikje met manna in de Ark verborgen. De Ark, dat is het beeld van de troon van God. Zo is ook Christus nu in het heilige der heiligen van de hemelse tempel, in Gods nabijheid.

Wie overwint, die blijft in leven door te eten van het verborgen manna. Dat wil zeggen: wie in Christus is, die is een nieuwe schepping. Die leeft voor eeuwig! Want Hij heeft gezegd: Ik ben het Brood des levens.

 

Ik weet waar je woont. Bekeer je!

Bekeer u. En zo niet, dan kom Ik spoedig bij u en zal Ik tegen hen oorlog voeren met het zwaard van Mijn mond.

Openbaring 2  : 12-17

Duidelijker kan het niet. Bekeer je van de leer van Bileam en van de Nicolaïeten. Wat moet je daarvoor doen? Wat moet je daarvoor laten? Ja, het zou wel gemakkelijk zijn als je lijstje had van wat je wel en wat je niet mag. Maar dan kan je precies de verkeerde kant opgaan. Bekering wil zeggen: omdraaien in je denken. Anders gaan denken. Daar begint het mee. Die zondige gedachten inruilen voor betere, zuivere gedachten. Het probleem zit niet in ons doen, maar in ons denken!

Hoe doe je dat, anders denken? Paulus zegt: wij hebben de gedachten van Christus (1 Kor. 2:16). Bekering is: gaan denken zoals de Heere Jezus. Dat is moeilijk, niet!? Juist daarvoor heeft Jezus de Heilige Geest gegeven. Die zal jullie onderwijzen en in herinnering brengen (laten denken aan!) alles wat Ik jullie gezegd heb, zegt Jezus (Joh. 14:26).

Jezus komt terug. Wat als je dan je denken niet hebt veranderd? Een zwaard gaat uit Zijn mond. Johannes beschrijft het in Openb. 19:15. Wie zijn denken niet verandert, wordt gedood door het zwaard. Die krijgt te maken met de boosheid van God. Want God kijkt niet werkeloos toe als Zijn kinderen, Zijn gemeente vervolgd, verzocht, en verleid wordt. Zij houden vast aan Zijn Naam. En de Naam van God is Hem heilig. Hij laat niet toe dat Zijn Naam wordt ontheiligd.

Jezus komt terug. Als jij je denken niet verandert, dan krijg je zonder twijfel te maken met de rechtvaardige woede van God. Dan deel je het lot van al die mensen die de leer van de Bileam en van de Nikolaïeten aanhangen. Laat het niet zover komen!

Ik weet waar je woont. De leer van de Nicolaïeten

Zo hebt u er ook die zich houden aan de leer van de Nikolaïeten en dat haat Ik.

Bekeer u. En zo niet, dan kom Ik spoedig bij u en zal Ik tegen hen oorlog voeren met het zwaard van Mijn mond.

Openbaring 2  : 12-17

Een tweede verzoeking was de leer van de Nikolaïeten. De Nikolaïeten vonden geloof niet zo belangrijk. Volgens hen ging het om kennis. Liefst om geheime kennis, alleen bestemd voor mensen die lid zijn van een geheime beweging. In onze tijd noemen we dat occultisme of vrijmetselarij. Deze leer ging dus vooral om het denken, om de geest. Een andere uitleg zegt dat het woord Nikolaïeten een betekenis heeft van “de leken overwinnen”. Leken zijn gewone gelovige mensen. De Nikolaïeten waren de ingewijden, degenen die hoger stonden dan de leken. Zij wisten het beter.

Deze verzoekingen waren een geest van verleiding en misleiding. De gemeente werd van binnenuit uitgehold in doen en denken. Heidense gewoonten en heidens denken werd de kerk ingevoerd. Is het niet schokkend? Alsof de deuren en ramen van je huis wagenwijd open staan! Weg is de veiligheid van je eigen huis. In een plaats waar de satan woont, is dat toch levensgevaarlijk!

De kerkgeschiedenis heeft dat ook bewezen. Oude heidense feesten kregen nieuwe namen. Het feest van de zonnegod op 21 december werd het feest van de geboorte van Christus op 25 december. Het feest van Astarte, de godin van de vruchtbaarheid, werd het Paasfeest. Er kwamen altaren in de kerk, beelden en mooie gewaden. In de kerk werd Latijn gesproken, onbegrijpelijke taal voor leken. Zo werd de Bijbel onbegrijpelijk en onbereikbaar voor de gewone man.

Jezus haat dat. En daarom zegt Hij ook: bekeer je. Keer je om. Wat doe jij?

Ik weet waar je woont. De leer van Bileam

Maar Ik heb enkele dingen tegen u, namelijk dat u daar mensen hebt die zich houden aan de leer van Bileam, de Balak leerde voor de Israëlieten een struikelblok neer te leggen, op dat zij afgodenoffers zouden eten en hoererij bedrijven.

Openbaring 2  : 12-17

Toch kwamen er ook scheuren in de standvastigheid van de gemeente. Christus zegt dat Hij wel wat te bespreken heeft. Daar moeten we dus niet te makkelijk over heen stappen. Alsof Jezus zegt: O ja, btw, Ik heb ook nog een paar kleine dingetjes met jullie te bespreken… Nee, het zijn serieuze zaken die de gemeente bedreigen. Want de vijand is van tactiek gewijzigd. Lukt het niet om de gemeente van buiten te vernietigen, dan probeert de tegenstander het van binnenuit.

Waar gaat het om? Om de leer van Bileam. Bileam was een heidense profeet, die uit de buurt van Babel kwam. Hij was een werktuig van de satan. Zijn naam betekent zelfs: vernietiger van mensen. Balak, de koning van de Moabieten, had hem gevraagd om het volk Israël te vervloeken (Num. 22-24). Maar in plaats daarvan zegende Bileam het volk. Tot drie keer toe. Vanzelfsprekend stuurde koning Balak hem terug. Niettemin, op Bileams advies nodigde Balak de Israëlieten uit voor een feest. Op dat feest verleidden de mooie meisjes van Moab de jongens van Israël om de afgoden te gaan dienen (Num. 25:1). Zij werden zodoende afvallig. Maar God strafte dat volk en 24.000 mensen vonden de dood.

Nu waren er ook in de gemeente van Pergamus mensen die beweerden dat je gerust het vlees kon eten dat aan de afgoden geofferd was. En dat een slippertje niet zo erg was. Deze mensen zeiden: kom op, niet zo moeilijk doen. En zo slopen de heidense gewoonten de kerk in.

Maar God vraagt een heilig, afgezonderd, volk. Want een vriend van de wereld is een vijand van God. Als het zout krachteloos is, waarmee zal het dan gezouten worden?

Ik weet waar je woont. Gedood

U houdt vast aan Mijn Naam en u hebt het geloof in Mij niet verloochend, zelfs niet in de dagen van Antipas, mijn trouwe getuige, die gedood werd bij u, waar de satan woont.

Openbaring 2  : 12-17

Dat vasthouden aan de Naam van Christus werd de gemeente van Pergamus niet in dank afgenomen. In de stad waar de dood niet toegestaan is, wordt Antipas, de trouwe getuige, gedood. En God kent zijn naam. Antipas.

Waarschijnlijk was Antipas de voorganger van de gemeente te Pergamus. Zijn naam betekent: die tegen allen is. Een tegenover! Een andere vertaling is: zoals de Vader. Ja, zo zullen ze dat in Pergamus wel ervaren hebben. Antipas was overal tegen. Antipas getuigde tegen iedereen. Hij was de getrouwe getuige van zijn hemelse Vader. Hij deed dus precies wat de opdracht van de gelovige is: getuigen. Van het Griekse woord voor getuigen is ons woord voor martelaar afgeleid. Want dat getuigen was levensgevaarlijk. Antipas werd gedood.

Tegen de Filippenzen zegt Paulus (1:29): Want aan u is het uit genade gegeven in de zaak van Christus niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden. De genade van geloof en van lijden. En tegen de Thessalonicenzen zegt hij dat verdrukkingen een teken zijn van Gods rechtvaardig oordeel dat hen het Koninkrijk van God waardig geacht wordt, waarvoor ze ook lijden. Zalig ben je als de mensen je versmaden om Jezus’ wil (Matth. 5).

Bij u, waar de satan woont. Zie je hoe levensgevaarlijk het is om daar te wonen? Gelukkig! Voor Antipas heeft Jezus een woning bij de Vader klaar gemaakt.

Antipas. God kent zijn naam!

God weet wat we doen, Hij weet waar we wonen, en Hij weet hoe we heten!

Hoe kent God jou?