23. Troost

Dit is deel 24 van 31 in de serie Een familiegeschiedenis

Toen Noach vijfhonderd jaar oud was, verwekte Noach Sem, Cham en Jafeth.

Genesis 5 : 32

Wie hard werkt, heeft behoefte aan rust. Wie verdriet heeft, heeft behoefte aan troost. Lamech weet dat ook. Hij ervaart aan den lijve hoeveel moeite het kost om wat te bereiken in zijn leven. Zwoegen en zweten, moeite en verdriet. Dat zagen we al toen we de dagen telden.

Lamech krijgt een zoon: Noach. En hij spreekt duidelijke taal: deze zoon zal ons troosten. Hoe kon vader Lamech zijn zoon deze naam geven? Was hij niet op de hoogte van de profetie van zijn opa Henoch? Van de naam van zijn vader Methusalach? Of was de wens de vader van de gedachte? Iets wat hij zelf graag wilde? Herinner je het doel van deze familiegeschiedenis: het doorgeven van het de familiebijbel, Woord van God. Lamech geloofde dat Woord. Daarom zei hij dat Noach ons troosten zal van ons werken en zwoegen.

De koningslijst begon bij Adam en nu zijn we bij Noach aangekomen. Noach is een bekende. Hij bouwde de ark, en overleefde de zondvloed. Noach krijgt zijn zonen niet tegelijk. Als hij 500 jaar is, krijgt hij zijn eerste zoon, Jafeth* (Genesis 10:21). Cham was de jongste (Genesis 9:24). Maar Sem, de middelste zoon, is de belangrijkste en wordt daarom als eerste genoemd. Waarom is hij de belangrijkste? Sem verwijst naar de Naam van God. Lees wat God zegt over Zijn Naam in Exodus 20:24. Uit Sem zal later de Heere Jezus geboren worden. Simeon, een oude man in Jeruzalem, noemde Hem de vertroosting van Israël (Lukas 2:25).

Prijs God als Hij ook jouw troost is!

 

* Jafeth betekent Geopend; Cham betekent Heet, Warm; Sem betekent Naam. In het jodendom wordt God vervangen door het woord HaShem: Dé Naam. Dat doet men om Gods naam niet te misbruiken.

serie navigatie<< 22. Krachtig24. Godenzonen >>