Ik weet waar je woont. Gedood

Dit is deel 9 van 14 in de serie Ik weet waar je woont

U houdt vast aan Mijn Naam en u hebt het geloof in Mij niet verloochend, zelfs niet in de dagen van Antipas, mijn trouwe getuige, die gedood werd bij u, waar de satan woont.

Openbaring 2  : 12-17

Dat vasthouden aan de Naam van Christus werd de gemeente van Pergamus niet in dank afgenomen. In de stad waar de dood niet toegestaan is, wordt Antipas, de trouwe getuige, gedood. En God kent zijn naam. Antipas.

Waarschijnlijk was Antipas de voorganger van de gemeente te Pergamus. Zijn naam betekent: die tegen allen is. Een tegenover! Een andere vertaling is: zoals de Vader. Ja, zo zullen ze dat in Pergamus wel ervaren hebben. Antipas was overal tegen. Antipas getuigde tegen iedereen. Hij was de getrouwe getuige van zijn hemelse Vader. Hij deed dus precies wat de opdracht van de gelovige is: getuigen. Van het Griekse woord voor getuigen is ons woord voor martelaar afgeleid. Want dat getuigen was levensgevaarlijk. Antipas werd gedood.

Tegen de Filippenzen zegt Paulus (1:29): Want aan u is het uit genade gegeven in de zaak van Christus niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden. De genade van geloof en van lijden. En tegen de Thessalonicenzen zegt hij dat verdrukkingen een teken zijn van Gods rechtvaardig oordeel dat hen het Koninkrijk van God waardig geacht wordt, waarvoor ze ook lijden. Zalig ben je als de mensen je versmaden om Jezus’ wil (Matth. 5).

Bij u, waar de satan woont. Zie je hoe levensgevaarlijk het is om daar te wonen? Gelukkig! Voor Antipas heeft Jezus een woning bij de Vader klaar gemaakt.

Antipas. God kent zijn naam!

God weet wat we doen, Hij weet waar we wonen, en Hij weet hoe we heten!

Hoe kent God jou?

serie navigatie<< Ik weet waar je woont. Niet verloochenenIk weet waar je woont. De leer van Bileam >>