Negen


Toen antwoordde Jezus en zei: Zijn niet de tien gereinigd? Waar zijn dan de negen anderen?

Lukas 17 : 17

De negende letter van het Hebreeuwse alfabet is de tet. Het is de minst voorkomende letter in de Torah, maar de eerste keer dat deze letter verschijnt, is wel een belangrijke zin: “En God zag het licht dat het goed was”; (Genesis 1:4). God zag dat het licht tov was. Dat zeggen wij ook wel eens: dat is tof! ‘Goed’ is een beoordeling. Er staan eigenlijk: voordelig. Tov is net als de geboorte van een kind: het is pijnlijk, maar wel goed – voordelig. De tet heeft ook de betekenis van baarmoeder. Want een kind dat na negen maanden geboren wordt, ziet het levenslicht.

Negen heeft te maken met het oordeel (zie ook Lamech). Op de joodse kalender is de negende dag van de maand Av een dag van rouw. Op die dag werd zowel de eerste als de tweede tempel vernietigd.

Oordeel is mogelijk als de waarheid aan het licht komt. Wat aan het licht komt, is de waarheid. Op ‘Goede’ Vrijdag stierf Jezus op het negende uur van de dag (15.00 uur), terwijl de drie uur durende duisternis verdween. De naakte Waarheid hing in het volle licht. Het Licht van de wereld volbracht zo het oordeel over onze zonden.

God zag toen dat het Licht tof was. Want Jezus’ sterven was ook de geboorte van iets nieuws. Als de tarwekorrel sterft, dan draagt het veel vrucht (Johannes 12:24). Tien melaatsen werden genezen. Eén keerde terug om te bedanken. Maar waar bleven de negen anderen? Van buiten wel herboren, maar van binnen nog niet?

Hoe is jouw hart? Is het tof, of nog niet?