Jezus’ passie


54 En zij namen Hem gevangen en voerden Hem weg en brachten Hem in het huis van de hogepriester. En Petrus volgde op een afstand. 55 En toen zij een vuur aangestoken hadden midden op de binnenplaats, en zij samen daaromheen waren gaan zitten, ging Petrus in hun midden zitten.

Lukas 22 : 54-55

Passie is een sterk gevoel van liefde. Hartstocht. Maar met passie wordt ook het lijden van Jezus bedoeld. En zo is het. Jezus’ passie voor ons is zichtbaar in Zijn lijden en sterven. Jezus’ passie, dat is plaatsvervangende liefde.

Eens, toen Jezus met Zijn discipelen sprak over het komende lijden, nam Petrus Jezus apart en bestrafte Hem. Meester, dat zal niet gebeuren (Markus 8:31-33). Jezus draaide Zich om en keek Petrus níet meer aan. Weg van de satan, dat is de tegenstander. En weer een tijdje later, vlak voor het grote lijden, waarschuwt Jezus zijn discipelen: jullie zullen allemaal wegvluchten*. O nee! zegt Petrus, wie er ook vlucht, ik niet. (Mattheus 26:31-35). En dat zeiden alle discipelen.

Petrus was een gewaarschuwd man (Lukas 22:31-35). Als de haan kraait, dan heb je Mij drie keer verloochend. Maar! Ik heb ook voor jou gebeden dat je blijft geloven, Petrus. Waar Ik heen ga, kunnen jullie nu niet volgen (Johannes 13:36-38). Waar brengen ze Jezus heen? In het huis van de hogepriester. Petrus houdt woord. Hij gaat ook het huis binnen. Tot zover lukt het aardig om Jezus te volgen. Iedereen is weggevlucht, maar híj niet. Hij volgt Jezus.

Maar waarom kón Petrus Jezus nu niet volgen? Omdat Jezus één keer voor de zonde hoefde te lijden en te sterven (Hebreeen 9:26-28). Alleen. Jezus in onze plaats (zie In de plaats van), als de Hogepriester.

Wij kunnen onze redding, onze zaligheid niet verdienen. Daarom kon Petrus Jezus niet volgen. Daarom hoeven wij niet doen wat Hij gedaan heeft, maar geloven dát Hij het gedaan heeft.

* er staat ‘een aanstoot nemen’.