Doof in Dekapolis (2)


32 En ze brachten een dove bij Hem, die moeilijk sprak

Markus 7

Gebracht

Markus is de enige evangelist die over de genezing van een doof mens vertelt. In zijn Evangelie staat de Heere Jezus centraal als de Dienstknecht. Een dienstknecht moet gehoorzamen. Luisteren en doen.

Overal waar Jezus Zich vertoonde, stroomde ook de menigten samen. Nu brengen ze een dove man. Dat is goed. Dat is Bijbels. Onze broeders en zusters in nood bij Jezus brengen! Voor hen heeft God een bijzonder oor en oog. In de wet van Mozes staat: “U mag een dove niet vervloeken en vóór een blinde mag u geen struikelblok neerleggen, maar u moet uw God vrezen. Ik ben de HEERE.” (Leviticus 19:14).

Wat doofheid voor iemand betekent, hoef ik waarschijnlijk niet uit te leggen. Dat kunnen we ons wel indenken. Doofheid betekent eenzaamheid. Wat kun je je buitengesloten voelen, omdat het gesprek te snel gaat. Doofheid is vermoeiend, omdat je steeds moet kijken wat iemand zegt; via liplezen of met gebarentaal. En dat je wel goed kunt observeren, kan het gemis van je gehoor niet vergoeden. Een mens kan geen ledemaat missen. Zo is het ook in de gemeente van God niet!

En dan spreken. Als in de klas een leerling niet oplet, niet luistert, dan vraag ik wel eens: wat heb ik gezegd? Tja, dan wordt het stamelen! We moeten horen, luisteren, om te kunnen spreken.

Dat is een belangrijke les: eerst luisteren, dan spreken.