Doof in Dekapolis (1)


31 En toen Hij weer weggegaan was uit het gebied van Tyrus en Sidon, kwam Hij bij de zee van Galilea, midden door het gebied van Dekapolis.

Markus 7

In het buitenland

De Heere Jezus en zijn discipelen zijn in Tyrus en Sidon. Dat is buiten het land Israël. Als Jezus Zich ergens vertoonde, dan dromden de mensen samen om Hem te horen, te zien, en aan te raken. Eigenlijk had de Heere Jezus nooit echt rust. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat was Hij in de weer. En het gebeurde ook dat de Farizeeën en Schriftgeleerden vervelende strikvragen stelden. Ze wilden Jezus op Zijn woorden vangen. De ene keer vroegen ze waarom de discipelen van Jezus niet vastten, zoals iedereen deed (Markus 2:18-22). Dan weer hadden ze commentaar op de discipelen omdat ze aren op de sabbat plukten. Het stond in hun regels dat dit niet mocht (Markus 2:23-28). Ze noemden Jezus heel bewust Beëlzebul. Dat is de baas van de duivelen. Voor die zonde is geen vergeving zei de Heere.

Ook vroegen ze waarom de discipelen hun handen niet wassen voordat ze gaan eten, zoals de regels zeggen. Die twistvraag gaat dus over het gehoorzamen van de geboden. Het antwoord van Jezus aan de Farizeeën is niet mals. Hij noemt hen huichelaars. Ze spreken wel vroom, maar met hun hart blijven ze ver van de Heiland (Markus 7:1-17). Want niet wat je in je mond stopt, maar wat er uit gaat, maakt je zondig.

Hierna vertrok Jezus naar het buitenland. Hij genas daar een meisje dat door de duivel bezeten was. Wat was haar moeder blij! Deze ‘heidense’ vrouw had een groot geloof in de Heiland.

Nu is Jezus echter weer op de terugweg. Zijn reis gaat door de gebieden van Dekapolis. Tien steden die een verbond gesloten hadden. Ook dat was heidenland. Het behoorde in dit tijd niet tot Israël, maar het was wel Israëls erfgebied. En ook hier woonden mensen met kwalen. En in elk geval een dove man.