Veertien


Al de geslachten dus,

van Abraham tot David, zijn veertien geslachten;

en van David tot de Babylonische ballingschap zijn veertien geslachten;

en van de Babylonische ballingschap tot Christus zijn veertien geslachten.

Mattheus 1 : 17

Als de Bijbel zo nadrukkelijk (drie keer!) het getal veertien in de stamboom van de Heere Jezus noemt, dan moeten we dat eens goed bestuderen. Maar veertien of veertiende komt helemaal niet zoveel voor! We moeten daarom wat dieper graven om de betekenis goed te begrijpen.

Veertien is twee keer zeven: een dubbele volheid. Jakob werkte twee keer zeven jaar voor Rachel. Met veertien zielen kwam Rachel in Egypte. En in Mattheus 1 zien de we erfopvolging van het koningshuis van David beschreven. De Hebreeuwse naam David heeft de getalswaarde veertien. Een koning heeft een ‘machtige hand’, die verlossen kan. En het woord hand schrijf je יד(jad)[1] en deze letters worden ook gebruikt om veertien (tien-vier) te tellen! Dus veertien ziet op een (machtige) hand, die verlost. De hand van een koning. Van David. Van de Zoon van David. Want Jezus, dat is Zaligmaker: Hij zal Zijn volk verlossen

Nog iets moois: het Pascha (voorbijgang) wordt op de veertiende dag van de eerste maand gevierd. Want op de vijftiende vertrok Israël uit Egypte. Verlost! En het Loofhuttenfeest begint ook na de veertiende dag, nu van de zevende maand. Het is feest van rust en blijdschap: de reis zit er op. We zijn in Kanaän. En wie in het hemelse Kanaän komt, is verlost.

Misschien duizelt het je met al die getallen. Onthoud wat de Heere Jezus zegt: de Schrift getuigt van Mij! (Lukas 24:27; Johannes 5:39). Geloof je dát?

 

[1] Ons woord jatten komt hier vandaan. Ergens met je handen aanzitten of stelen.