U zult niet doden


U mag het land waarin u woont niet ontheiligen, want het bloed ontheiligt het land. Voor het land kan geen verzoening gedaan worden over het bloed dat erin vergoten wordt, dan door het bloed van degene die dat vergoten heeft.

Numeri 35 : 33

Er wordt op deze aarde heel veel bloed vergoten. Al vanaf de tijd dat Kaïn Abel doodsloeg (Genesis 4:10). Bloed, dat is het leven (Leviticus 17:14); het is het beeld van God (Genesis 9:6). De Bijbel zegt dat je geen recht meer hebt op je eigen leven als je iemand gedood hebt. Dat heeft de bloedwreker.

In het Midden-Oosten gold – en geldt nog steeds – de bloedwraak. De familie van de dode heeft het recht om zich te wreken op de dader. Zo werd het evenwicht hersteld tussen de stammen en de eer gered. Maar God denkt anders. Hij is een God van recht en gerechtigheid. Bij Hem gaat het niet om het herstellen van evenwicht, maar om het handhaven van recht.

En dan maakt het niet uit of het opzet was of een opwelling. Of het met voorbedachten rade of uit kwaadheid gebeurt. God gaf in het Oude Testament duidelijke aanwijzingen (lees maar Numeri 35:16-21). Als je iemand met een ijzeren staaf slaat, dan weet je vooraf dat je iemand dood wilt slaan. Of als je hard met een steen, een stuk hout, of zelfs de blote hand slaat, dan loop je het risico dat iemand het niet overleeft. In alle gevallen had de bloedwreker het recht om de dader te doden.

Maar jij zegt: ik heb toch niemand gedood? Waarom is dit gebod voor mij belangrijk? Wat zegt de Heere Jezus? Wie ten onrechte boos is op een ander… (Matteus 5:21-22). God kijkt in je hart!