De moed van Achsa: dor land


En het gebeurde, toen zij bij hem kwam, dat zij hem aanspoorde om een akker van haar vader te vragen.

Toen zij van de ezel afsprong, zei Kaleb tegen haar: Wat is er met je? Daarop zei zij tegen hem: Geef mij een zegen. Omdat u mij een dor stuk land gegeven hebt, geef mij dan ook waterbronnen. Toen gaf Kaleb haar hooggelegen bronnen en laaggelegen bronnen.

Richteren 1 : 14

Achsa en Othniël overleggen. Het laat haar bereidheid zien om met Othniël te trouwen. En zeg nu zelf: met zo’n bruidegom als Othniël ben je toch het beste af?! Een bruidsschat is dus bedoeld om een huis te bouwen. Een soort startkapitaal! En Achsa zegt tegen Othniël dat hij om een akker moet vragen. Geen geld, geen goud, of vee, maar een akker. Waarom een akker? Wel, de akker staat symbool voor de wereld. Dat weten we uit een gelijkenis over het Koninkrijk der hemelen (Matth. 13).

Othniël en Achsa krijgen een akker, maar het moet een teleurstelling geweest zijn. Het is een dor stuk land. Er staat letterlijk: het land van de Negev. Wij kennen deze naam Negev als de naam van een woestijn. Het kan ook betekenen: het zuiderland. Abram toog uit Ur naar het Zuiderland (Gen. 12:9). En daar kwam een hongersnood. Zo dor was het land dat Achsa en Othniël kregen. Als een woestijn. Zonder water.

De akker is de wereld; en het goede zaad zijn de kinderen van het Koninkrijk. Zie je, met het Evangelie wordt er een wereld gewonnen! Want de aarde is van de HEERE, ook haar volheid, de wereld en die daarin wonen (Psalm 24:1).

Een christen, in ondertrouw met Christus, komt niet in een gespreid bedje, maar moet werken om het land vruchtbaar te laten zijn.