Goede moed van Kaleb: geloofsstrijd


Vervolgens trok Juda op tegen de Kanaänieten die in Hebron woonden. De naam van Hebron was vroeger Kirjath-Arba. Zij versloegen Sesai, Ahiman en Talmai. En daarvandaan trok hij op tegen de inwoners van Debir. De naam van Debir was vroeger Kirjath-Sefer.

Richteren 1:10-11

Ruim veertig jaar heeft Kaleb gewacht voordat hij de reuzen mocht verslaan die hij gezien had. In al die jaren was zijn kracht niet verminderd. Alsof de tijd op hem geen vat had gekregen. Hij krijgt van Jozua een erfdeel in Juda. Hij koos het land waar hij eerder geweest was, waar zijn voeten gelopen hadden. In zijn erfdeel lagen twee belangrijke Kanaänitische steden: Hebron en Debir. Toen heetten ze Kirjath-Arba en Kirjath-Sefer. Deze steden vormden grote bolwerken in het land. Als Kaleb deze steden kon overwinnen dan lag de rest van het land open. Met andere woorden: wie deze steden inneemt, overwint de wereld.

Hebron is een bijzondere stad. Abram woonde er en bouwde daar een altaar voor de HEERE (Gen. 13:18). En als Kaleb de stad veroverd heeft, wordt het een stad van de priesters, een vrijstad. Maar de stad is in ‘vreemde handen’: het is de stad van Arba. De koning van Kirjath-Arba was geen kleintje. Hij was de grootste onder de reuzen (Joz. 14:15). Je zou zeggen: en voor de duvel niet bang.

Kaleb nam Hebron in.

Hij streed immers de goede strijd van het geloof?! Wat een bemoedigend beeld roept deze Kaleb op! Een man, onverschrokken en trouw, die zijn halve leven wacht op de vervulling van de belofte: de verovering van het beloofde land, van zijn erfdeel. En is het eenmaal zover, dan blijkt hij als een man in de kracht van zijn leven. Spiegel je eigen leven eens aan dat van Kaleb! Goede moed, dat is leven in vol vertrouwen op God.