Langs de kortste weg

U moet de weg voor u gereedmaken, en het gebied van uw land, dat de HEERE, uw God, u in erfbezit zal laten nemen, in drieën verdelen. Dit moet gebeuren zodat iedereen die een doodslag begaan heeft, daarheen kan vluchten.

Deuteronomium 19 : 3

Kun je het je voorstellen: zo’n schuldige? Met de blik omhoog, naar de stad gericht, rent hij er naar toe. Hij staat niet stil, kijkt niet om zich heen. Dat alles kan hem het leven kosten. Alleen in de stad is hij veilig.

Als je leven in gevaar is en je bedreigd wordt door de bloedwreker, dan is de vraag: hoe kom ik zo snel mogelijk in een vrijstad?! Alles wat in de weg staat, kost tijd. Kostbare tijd. Daarom geeft God ook een duidelijke aanwijzing: u moet de weg bereiden. Dat wil zeggen: klaarmaken. Er mag geen enkele belemmering zijn om de stad snel te bereiken.

Jesaja profeteert ook over een weg dit bereid moet worden. Lees het in Jesaja 40:1-3. Van Wie is die weg? Van de HEERE. Voor Wie moet de weg bereid worden? Ja, voor onze God.

Daarom klinkt eeuwen later deze oproep opnieuw (Johannes 1:23). Het is de weg van God voor God. Nu is het de roep van Johannes de Doper: Bereidt de weg van de Heere. Je kunt ook vertalen: maakt de weg recht. Een rechte weg, dat is de kortste weg. Het is de weg voor de Heere Jezus. Het is de weg om tot Hem te komen. Net als er onbelemmerd toegang tot de vrijstad is, zo is ook de toegang tot de Heere Jezus. Recht toe, recht aan!

Het is nog heerlijker! Jezus is Zélf de Weg. Maak gebruik van die Weg!

Deuteronomium
Eén
Deuteronomium
Recht is de weg